Hooglied 1:2
Laat hij mij kussen, laat zijn mond mij kussen!
Jouw liefde is zoeter dan wijn, zoet is de geur van je huid
* De kus die wordt beschreven is de goddelijke kus van de Geest. De Geest die Gods Woord doet leven. Gods liefde die je wakker maakt. De adem van Gods geest doet opleven, geeft leven.
Je begint met ontvangen, je brengt je hart en laat Jezus de rest doen. Net zoals de geest die Adam tot leven wekte. Stof en godheid ontmoetten elkaar toen de Schepper zijn Geestwind in Adam blies.
Het woord voor “kussen” en het woord voor “neem een glas wijn” is bijna hetzelfde. De implicatie, zoals gezien door oude uitleggers, is dat Gods geliefden zo gevuld zijn van de liefde. Het Hebreeuwse woord voor “kus” is nashaq, wat ook kan betekenen “uitrusten” of “bewapenen (voor de strijd)”. We hebben de ‘kussen’ nodig om voor Hem uitgeruste strijders te zijn