God voorziet.
God heeft voorzien in al mijn noden. Ik kom niks tekort. Ik heb voldoende om van te leven en ik kom niks werkelijk niks tekort. God voorziet in al mijn noden.
God geeft mij spullen, zoals kleding, een step-sportapparaat, een auto.
Dingen die kapot waren in huis, worden weer op bovennatuurlijke manier gemaakt.
Mijn oven was kapot, mijn afwasmachine was kapot, mijn autoradio was kapot. maar ze worden gerepareerd op bovennatuurljke manier.
God brengt mensen op mijn pad die helpen met klussen in huis, ik kan eten bij mensen, God brengt voldoende mensen/vriendschappen op mijn pad, waardoor ik mij niet alleen voel.
Ik heb geen interesse om veel geld te verdienen of om veel te sparen. Ik koop ook (bijna) geen kleding (paar keer per jaar, iets in de uitverkoop). God heeft altijd voorzien in financieen
Ik leen ook dingen uit andere mensen. Mijn auto leen ik regelmatig uit, ik geef giften
Ik ben tevreden met wat ik heb en God voorziet in al mijn noden.
Ik ben tevreden met een dak boven mijn hoofd en het simpele leven.
Ik geniet van de natuur, ik geniet van klank, geuren en kleuren
in gesprek te zijn met God.
Ik maak mij geen zorgen over materiële dingen.
God heeft altijd voorzien. God is altijd bij mij. Zijn nabijheid is er altijd.
Hij ondersteunt mij en geeft mij kracht, gezondheid en warmte.
—-
Ik geloof dat God in al mijn noden zal voorzien en Hij in al de rest van mijn noden zal voorzien. Dat ik mij geen zorgen hoef te maken. Ik kijk naar de vogels in de lucht en de bloemen op het veld, zij maken zich geen zorgen, zo mag ik ook vertrouwen dat God zal voorzien.
Ik stel mijn hoop en vertrouwen op God, niet op geld.
Ik hoef niet bang te zijn, God belooft om in al mijn noden te voorzien.
Met een dankbaar hart dank ik God dat Hij zal voorzien en hoef ik mij geen zorgen te maken, maar leg ik al mijn zorgen bij God neer en kies ik ervoor om God te danken onder alle omstandigheden.
Ik hoef niet rijk te zijn of aanzien te hebben. God zal mij verhogen op zijn tijd.
Ik houd mij niet bezig met het verzamelen van allerlei spullen, maar deel/leen ze ook weer uit aan mensen. Ik houd mijn ogen af van de aardse schatten en richt mij op de hemelse schatten.
Ik geloof dat als ik het koninkrijk van God zoek, Hij in al de rest van mijn noden zal voorzien.
* Jahweh Jireh = God zal voorzien
* Je bent niet alleen
Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld. Math 28:20
* God zal voorzien in je noden
En mijn God zal in al uw behoeften voorzien naar zijn rijkdom in heerlijkheid in Christus Jezus.
Filippenzen 4: 6-7
* Maak je geen zorgen
Maak u nergens zorgen over, maar laat bij alles uw verzoeken door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw geest in Christus Jezus bewaken.
Spreuken 3: 6
* Zoek de Hemelse schatten, niet de aardse
Verzamel op aarde geen kostbaarheden, want die vergaan of worden gestolen. 20 U kunt beter kostbaarheden in de hemel verzamelen, waar ze nooit zullen vergaan of worden gestolen. 21 Want waar u uw kostbaarheden bewaart, daar zal ook uw hart naar uitgaan. Mattheus 6:19 -21
* Verwacht en vraag al het goed van Boven
Elk goed geschenk en elk volmaakt geschenk is van boven en komt neer van de Vader der lichten met wie er geen variatie of schaduw is als gevolg van verandering. Judas 1:17
*Maak je geen zorgen over kleding en eten
Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?” – 32 dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. 33 Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. 34 Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last. Mattheus 6
Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.